Moved to / Is verhuisd naar


Waarom dat zo is, verneem je hier


zondag 5 december 2010

De zondag meteen dichterbij...










Een herfstige zondagmorgen, zachte pianomuziek op de achtergrond, een waterzonnetje dat door het vensterraam naar binnen komt gluren en een knusse sofa om jezelf in te nestelen. 
Meer is er eigenlijk niet nodig om je te laten meevoeren naar de wereld van deze dichteres. 

Met twee vergeelde gedichtenbundels van haar op schoot, nam ze me bij de hand en trok me in gedachten met haar mee de velden in. Keuvelend langs Vlaamse wegen belandden we bij de vermolmde boom die aan de zoom van een akker op ons wachtte en aan wiens wortels we een brief vonden die ongemerkt was weggewaaid. 
De schrijfster ervan heeft 'm nooit terug gevonden. 
Alice had hem voorzichtig opgevouwen, in haar jaszak gestopt en mee naar huis genomen om hem daar te bewaren, te koesteren en er een gedicht over te schrijven. 
Haar avondliedeke zal u vast wel kennen. 
Maar van onze zondagochtendpromenade bracht ik speciaal voor u deze  twee gedichten van haar terug mee, omdat die mij het meest raakten.


Maak er nog een fijn weekeinde van.



- DagEnDauw -










VERLOREN BRIEF 


Zoo langs de gevels van vunze buurt
speelde de wind met verloren brief;
dat strooide muziek
in de doodstille steeg.
Toen werd in avond laat en leeg
een zwervend blad
mij stillekes lief.

Ik droeg het mee naar een weelde-land,
ziellooze kamer met brokaat gordijn;
daar zong het, sukkel van letter en lijn,
een goddelijk lied in mijn hand.

Waar de vrouw van het volk
in stamelschrift
heur donkeren roep van liefde belijdt
schreit iedere fout van taal en stijl
heur eigen droeve liefelijkheid.

Zoo groeide 't parvenu-salon
vol dissonanten tot een nood-sireen verstard.
Het milde binnenkomen van den dag
heeft mij, beschaamd, 't verwende hart
doen vluchten van zijn floeren peul
naar stroef geheim van volksche straat
die dwars door smoor van goren tijd
klaar van mirakel staat. 





MOLME BOOM




Wie zal 't u aanzien
die leproos van voet
diep met uw wortels
in verrotting wroet
dat gij nog 's avonds klimt
langs weke bladertrappen
en boven uw mizerie
met de sterren staat te klappen?

Wie zal 't u aanzien,
uitgestoten mens,
die op uw schande wankeldoolt
tot leste grens
terwijl ons onbarmhartigheid
uw zondemantel zoomt
dat gij langs drassen weg
van witte heirbaan droomt?

Wie zal 't u aanzien?
God en enklen maar.
Ach, wisten al de mensen van elkaar
't geheim beluik
van 's harten loense wijken
waarin de trappen staan 
die naar Gods liefde reiken.  







beide gedichten komen uit de dichtbundel "Schaduw" -  van Alice NAHON (1928)

Foto's (uitgezonderd portret) : "DagEnDauw"